De Caprivistrip
Vrijdag 15 september 2006
Na de nodige, op het oog zinloze, rituelen bij de grens
rijden we Namibië binnen, we zitten in de Caprivi
regio. Onze eerste stop is Katima
Mulilo. We hadden ons er niets van voorgesteld maar het is voor deze
contreien een grote stad. Er is een heerlijke grote supermarkt met komkommers,
verse broodjes, Goudse kaas en veel meer om van te watertanden als je net vijf
dagen in de rimboe van blikvoer hebt moeten leven. En zelfs de inmiddels
broodnodige Labello Sun ligt in de schappen.
Helaas geen klapstoeltje. We hebben twee campingstoeltjes
bij de auto maar in de ene zat een scheurtje waardoor na twee dagen gebruik de
zitting doormidden is gescheurd. Met behulp van een eenpotig krukje en een
handdoek kan er op gezeten worden. Maar een nieuw exemplaar is inmiddels geen
overbodige luxe meer.
Daarna door naar Kongola.
Dit is een grote stip op de kaart maar in de praktijk alleen maar een paar
hutjes op een kruising van wegen.
Na de brug is direct de afslag naar de Bumhill
Campsite. Veel wild zit hier niet maar de kampeerplaatsen zijn geweldig! De
camping heeft maar zes plaatsen maar allen erg groot en met veel privacy en
drie plaatsen hebben een eigen toiletblok en een eigen uitzichtplatform over de
Kwando rivier met krokodillen en nijlpaarden.
Het uitzichtplatform is erg groot en rondom ligt
olifantenmest. Het toilet en de douche hebben wanden van rieten matten en zijn
gedeeltelijk open dus vanaf de pot, de wastafel en vanonder de douche hebben we
uitzicht op de rivier.
Wij hebben plaats nummer zes en na een stiekeme inspectie
lijkt het ons ook de mooiste. Plaats vijf heeft minder uitzicht en plaats vier
heeft een boom die wel heel veel troep op het platform laat vallen.
In onze boom zitten de nodige krijsende vale toerako's.
Deze hele vakantie zien we niet zoveel vogels, we zitten tenslotte aan het
einde van de droge tijd. Maar deze kwêvoëls zijn
overal te vinden.
We koken in onze openluchtkeuken onder het platform en
eten het boven op terwijl naast ons de nijlpaarden liggen te knorren. Gelukkig
zijn we klaar met eten als het donker wordt want dan blijkt dat er wel heel erg
veel insecten op onze lamp afkomen. Het is om akelig van te worden. Het is zo
erg dat het helemaal ruikt naar verschroeid vlees en de tafel is de volgende
morgen helemaal bedekt met een laag as en insectenresten.
We lezen een boek, zover mogelijk verwijderd van de lamp
en de nijlpaarden houden ons nog lang gezelschap aangevuld met een luid concert
van kikkers en krekels.
Zaterdag 16 september 2006
Het is even wennen dat we niet in de vroege ochtend een
gamedrive gaan maken. In alle vroegte zien we nog net een nijlpaard over de oever
aan komen lopen. Die is vannacht wezen grazen en zorgt dat hij in het water is
voordat hij door de zon beschenen wordt. We gaan rustig uitgebreid (zover dat
mogelijk is) ontbijten op ons platform.
Er zijn nu geen krokodillen en nijlpaarden meer te bekennen.
We besluiten om toch maar naar het Mudumu
National Park te gaan. Het schijnt zich nog te moeten ontwikkelen, zowel
qua natuur als wat de toeristenfaciliteiten betreft en het schijnt ook niet erg
wildrijk te zijn en dat blijkt ook.
Langs de doorgaande weg staat ineens een bord met de naam Mudumu
en dan zijn we kennelijk in het park. Verder is er helemaal niets te bekennen,
geen mens en geen dier.
We kunnen eerst niet eens een weg vinden die echt het park
in gaat. We rijden maar wat heen en weer en nemen dan toch maar een lang pad
richting rangerstation.
Uiteindelijk komen we bij een grote rieten hut met een
deur erin. Als we binnen komen ontwaren we daar in het halfdonker een man
achter een krakkemikkig bureau tussen allerlei oude rotzooi. Op een tafel staat
ergens een tweewegradio. We merken op dat dit toch wel een onbekend park is en
dat het niet zo druk is. Maar daar is de man het helemaal niet mee eens. Er
waren gisteren zelfs vijf bezoekers!
We vragen hem hoe het hier zit met gamedrives en
dergelijke maar hij is niet echt een "verkoper" van zijn product.
Beetje bij beetje krijgen we toch wat informatie uit de man en dan blijkt dat
er toch nog wel wat paden zijn die we kunnen rijden. We mogen op een kaart
kijken maar het is lastig om dit te onthouden We vragen of we daar een
exemplaar van kunnen kopen. Maar een kaart van dit gebied is niet verkrijgbaar.
Wel bedraagt de entree hier toch nog maar liefst N$40 per
persoon en nog N$10 voor de auto, terwijl we eigenlijk nu al weten dat hier
echt helemaal niets te beleven valt. We betalen toch maar en zien het als een
investering in de toekomst van dit gebied. Ik wil de kaart dan maar natekenen
maar als ik om pen en papier vraag dan krijg ik van de man een heel oud
exemplaar dat bijna uit elkaar valt en ook nog oude aantekeningen bevat. Voor
de man is het natuurlijk niets meer waard maar wij vinden dit juist extra leuk.
Voor de zekerheid gebruiken we ook nog onze GPS want het is hier nauwelijks
ontwikkeld en we weten niet of het hier makkelijk verdwalen is.
Dieren zijn hier niet te zien. Maar waar het niet
afgebrand is, is het landschappelijk wel mooi. Opeens passeren we een poort en
blijkt dat we in een jachtgebied zijn beland. We herinneren ons vaag een
waarschuwing dat je hier echt niet moet wezen en dus draaien we maar snel om.
Uiteindelijk strekken we de benen nog maar eens op een
mooi plekje in een moerasgebied. Vlak bij ons ligt een krokodil en op veilige
afstand trekt langzaam een kudde olifanten door het moeras.
Maar eigenlijk is Mudumu voorlopig toch echt niet de
moeite waard. Dus gaan we maar terug naar de Bumhill
Campsite om nog een middag op ons platform te relaxen en een boek te lezen.
Onderweg passeren we veel huttendorpjes maar ze hebben
hier wel allemaal een naam. Het is grappig om te zien: hier en daar zien we een
verzameling hutten en dan staat er langs de weg een zelf geknutseld bordje met
een naam erop.
Het is hier overduidelijk het land van het riet. Overal
langs de weg zien we stellages met riet in de verkoop. Op sommige plekken
zitten mensen in de berm om grote bossen riet bij elkaar te binden tot dunne
bundels. Deze bundels zien we overal gebruikt worden als schuttingen, muren en
daken.
We passeren een ossenkar die een mokoro voorttrekt met
daarop een heleboel bundels riet.
Verderop lopen twee mannen voor elkaar uit. Tussen hen in
dragen ze op hun schouders een grote stok. Daaraan hangen twee poten en het
achterwerk van een dier.
Wel jammer dat we te schijterig zijn om hier foto's van te
maken want dit zijn toch unieke beelden.
Overal zijn mensen onderweg van of naar de waterput. Heel
veel mensen zwaaien naar onze passerende auto. Er lopen hier veel en veel meer
mensen langs de weg dan in Botswana. Dat gewandel kom je in Botswana niet
tegen. We vragen ons af waar hem dat verschil in zit maar we weten het niet.
Bij aankomst op de camping blijkt een groep meerkatten
rond ons platform te zitten. Op een gegeven moment gaan ze drinken bij de
rivier. Twee meerkatten raken in gevecht en het gaat er echt vreselijk aan toe.
Na het gevecht blijkt de verliezer ook gewond te zijn geraakt. Hij heeft een
flinke snee in zijn voorpoot en houdt deze ook voortdurend met zijn andere hand
vast of likt eraan. Hij loopt mank en kan niet meer op zijn voorpoot steunen.
Op kampeerplaats nummer vijf staan nu twee Nederlandse
vrouwen die samen in twee maanden van Namibië via Zambia en Malawi naar
Tanzania gaan rijden. Een vriendin die vrijwilligerswerk in Windhoek doet heeft
een daarvoor een auto gekocht.
Zondag 17 september 2006
We gaan op weg naar Mahango National Park.
Vijf jaar geleden hebben we daar best veel aparte diersoorten gezien. De Mahangu Lodge, waar we destijds
afgepingeld hebben op een hotelkamer, heeft nu ook een camping. We gaan eens
kijken of die plaats heeft en hoe het eruit ziet.
Vijf jaar geleden maakten we een fantastische reis door
Namibië die heel veel indruk heeft gemaakt. We kwamen toen niet verder
oostelijk dan Mahango
en we verheugen ons erop om nu terug te keren op bekend terrein. En inderdaad,
vanaf Bagani herkennen we heel veel en komen mooie herinneringen boven.
Eerst tanken we bij het benzinestation in Bagani. Daar
hangen wat jochies rond samen met de plaatselijke verstandelijk gehandicapte.
Hij komt naar ons toe, springt in de houding en salueert. Dan vertelt hij van
alles dat we niet verstaan en loopt weer weg op één slipper en één schoen. Bij
de volgende auto volgt hetzelfde ritueel.
Ook de supermarkt herkennen we nog. Het is een typische
Afrikaanse supermarkt uit kleine zwarte stadjes. Lange rijen halflege schappen
met allerlei stoffige en gedeukte doosjes en blikjes. En dat alles zonder
verlichting.
Als we naar de Mahangu Lodge rijden rijdt de eigenaar ons tegemoet.
We herkennen hem nog maar hij ons gelukkig niet meer. Hij spreekt ons direct
aan het Duits, wat hier heel gebruikelijk is bij de lodges, en gaat over in het
Engels als hij merkt dat wij geen Duitsers zijn.
Hij moet even weg maar is over een half uur weer terug.
Ondertussen kunnen we bekijken of we willen kamperen of een safaritent nemen.
We kiezen voor kamperen. Het scheelt wel erg veel geld. Kamperen kost N$50 per
persoon terwijl de safaritenten N$480 per persoon (half pension) zijn en die
staan ook gewoon op diezelfde camping.
En vanavond kunnen we als campinggasten toch in de lodge eten
want na een week eenpitsprut hebben we zin in een heerlijk opgediend diner. Het
kost maar N$120 per persoon, ongeveer 13 euro. Wat ons nog wel opvalt is dat de
safaritenten van binnen airconditioning hebben. Airconditioning in een tent?
De camping is ruim opgezet en we zien op dit moment nog
geen andere kampeerders. We kiezen een mooie plaats aan de Okavango rivier met
een overkapping tegen de zon.
Er is hier ook eindelijk elektriciteit. We hebben een
omvormer bij ons van 12 volt naar 220 volt en die werkt prima, behalve op de
laptop. Dus we moeten heel nodig onze foto's uploaden. Ondertussen horen we
olifanten trompetteren en al snel zien we ze ook aan de overkant van de rivier.
Na lekker gegeten te hebben onder ons afdak bij het hoge
riet langs de rivier rijden we naar het Mahango Park. Het eerste dat we zien,
op het heetst van de dag zijn, sabelantilopen.
Verder nog wat olifanten, impala's en een heleboel moerasantilopen.
En ook nog een paar roanantilopen en een bosbok. Dus niet al te veel wild maar
wel bijzondere soorten die je zeker in Namibië verder nergens ziet.
We relaxen een uurtje of twee op de picknickplaats met
zicht op de moerasantilopen. Verder zijn er nog wat nijlpaarden en een
krokodil, een paar francolins en een heel schattig eekhoorntje dat
duidelijk gewend is om hier de restjes van de picknick te krijgen. Je hoeft je hand maar omlaag te houden of hij
staat al op zijn achterpootjes om te kijken of er iets in zit.
Rond een uur of vier rijden we weer door het park. Het
merkwaardige is dat we nu bijna geen dieren meer zien. Op het heetst van de dag
zagen we van alles en aan het eind van de dag niets meer. Volgens de boekjes
zou het andersom moeten zijn. Maar na een tijdje rondrijden zien we nog de
olifanten en wat kudu's en nog één wegrennende roanantilope.
Terug op de camping nemen we een verfrissende douche in
het nette en leuk aangeklede toiletgebouw. Daarna heerlijk dineren. Alle
lodgegasten zitten al aan tafels op het platform boven de rivier. Wij zitten
met zijn tweeën apart in een prieeltje. De enige verlichting bestaat uit gele
peertjes. Dat moeten we onthouden voor thuis want het gele licht is vast niet
zo aantrekkelijk voor insecten. We zien hier tenminste geen insecten terwijl
het er van wemelt bij onze campinglamp.
We eten een heerlijk driegangendiner met kudubiefstuk als
hoofdgerecht.
Maandag 18 september 2006
Vandaag staat er een harde koude wind. Qua temperatuur zal
het misschien nog wel meevallen maar met die wind erbij is het niet aangenaam.
Ik kan me nog herinneren dat het hier vijf jaar geleden ook zo waaide.
We hebben een lange reis voor de boeg want we willen in
twee dagen naar Opuwo rijden, helemaal aan de andere kant van Namibië, 1100 km
verder. We weten nog niet waar we vanavond precies zullen stranden.
Onze eerste stop is Rundu. We herkennen direct veel van
ons vorige bezoek. Zoals overal is ook hier in de tussentijd een enorme
supermarkt verschenen met allerlei lekkernijen die ook een westerling kan
bekoren. We herinneren ons dat ze deze supermarkt vijf jaar geleden aan het
verbouwen waren. Toen was het een grote puinhoop maar nu dus heel modern. Ze
hebben hier zelfs Babybel kaasjes, maar wel voor N$30.
In Rundu zien we ook de eerste overlandertruck
staan met allemaal toeristen die gezellig samen naar de wc gaan bij het
benzinestation. Ze krijgen van hun reisleidster allemaal een stukje wc-papier
mee. Het blijft een merkwaardig fenomeen. Als je zelf met zo'n groep op reis
bent dan is het heel gezellig en heb je de illusie dat je avontuurlijk op reis
bent. Wij hebben dat zelf ook een paar keer gedaan in het verleden. Maar
individuele toeristen hebben over het algemeen een grote hekel aan dit soort
groepen. In recensies van accommodaties is het dan ook altijd zoeken naar het
wel of niet toelaten van overlanders. En zijn ze er wel dan mijdt de
individuele toerist indien mogelijk die accommodatie.
Na de nodige inkopen rijden we richting Grootfontein door
de Kavango
regio. Het landschap is savanneachtig met veel hutjes. Het is hier druk,
nog drukker dan in de Caprivi. Langs de weg staan veel afwasbakken met
sinaasappels. Als je daar stopt zal er wel iemand aan komen rennen. Ook staan
er nogal wat souvenirs in de berm. Het ziet er allemaal leuk uit maar het is
onmogelijk om het met het vliegtuig mee te nemen. Zo zien we bijvoorbeeld een
prachtig houtsnijwerk van een olifant op ware grote van een babyolifantje. Je
zou het niet eens in je auto kunnen krijgen, laat staan in het vliegtuig. En ze
zullen het hier ook wel niet kunnen verschepen, als je daar sowieso op zou
willen vertrouwen. Hetzelfde geldt voor
de prachtige grote stenen kruiken, potten en vazen.
Na het cattlefence komen we in boerengebied. Het
landschap verandert niet. Je ziet alleen geen tekenen van bewoning meer, en ook
geen mensen langs de weg.
Van Grootfontein rijden we naar Tsumeb. Daar stoppen we
even bij de supermarkt. We besluiten om toch nog maar wat luxere boodschappen
te doen, zoals zakjes spice-up-your-rice, waarvan we denken dat we die
rest van de vakantie niet meer tegen zullen komen.
Ook zien we een internetcafé dus we gaan toch maar eens
internetten en een e-mail schrijven.
Uiteindelijk komen we aan bij de Sachsenheim
Guest Farm waar we zullen overnachten op de camping. Ook hier worden we in
het Duits verwelkomd. We zijn de enige gasten en de eigenaresse had ons niet
verwacht. Het hoogseizoen begint in oktober zegt ze. Vandaag is haar man jarig
dus vanavond kookt ze niet. Dat vinden wij geen probleem.
Het is een hele nette camping met een heel mooi
toiletblok, maar wel op Europese leest geschoeid. Als het druk zou zijn dan zou
het ons hier niet bevallen want dan is er helemaal geen privacy. Dan sta je
echt tent aan tent zoals dat op Europese campings nagenoeg altijd het geval is.
Tot gisteren waren we gewend om allerlei wild in en om ons
kamp te hebben, maar hier zijn dat boerderijdieren. Met enige regelmaat lopen
ze de camping op waar ze al snel weer worden weggejaagd. Van ons mogen ze hier
wel blijven lopen, maar op zo'n nette camping willen ze waarschijnlijk niet her
en der uitwerpselen hebben liggen.
Zo krijgen we kort bezoek van schapen, ganzen, eenden en
struisvogels. Een poes komt heel brutaal naast ons op de picknickbank zitten
terwijl wij zitten te eten. Hij steelt niets maar kijkt wel erg nieuwsgierig
naar elke hap die we in onze mond stoppen.
Vervolg: Kaokoland
Bijbehorende foto's