Op weg naar Botswana
Donderdag 7 september 2006
Om 19.00 uur vertrekt ons vliegtuig vanaf Düsseldorf.
Eerst vliegen we met Lufthansa naar München. De piloot moet het waarschijnlijk
nog leren want we stijgen op als een dronken eend en we landen met een flinke
klap waarbij we ook nog wat over de baan zigzaggen. Gelukkig heb ik geen
vliegangst meer. Maar als we boven Duitsland ook nog door een onweerswolk
moeten vliegen vind ik dat echt geen pretje.
Het vliegveld in München bestaat uit twee terminals. Eén
voor binnenlandse vluchten en één voor internationale vluchten. We moeten dus
van de één naar de ander, wat echt een enorm eind lopen is. We doen er bijna
een half uur over.
Vervolgens vliegen we met LTU
naar Windhoek. We hadden al gelezen dat de zitruimte bij LTU wel erg krap is en
dat ze zelfs vliegtuigen hebben waar boven de middelste rijen geen
handbagageruimte zit. Die handbagageruimte is er in ons toestel gelukkig wel
maar de stoelen zijn echt flut. Ze kunnen op het verste punt (bovenaan dus)
maar 5 cm naar achteren. Ook is de stof nogal versleten en blijft de armleuning
niet omhoog geklapt staan. En de beenruimte is erg krap. Dat wordt nog eens
lekker slapen! Ook hebben ze een paar kleine televisieschermpjes die uit de
handbagageruimte klappen. Maar vanaf onze stoelen is er niet één van te zien.
Bovendien moet je de koptelefoon erbij kopen. Voor zo'n € 1100,00 per
retourticket (goedkoopste stoelen) zou je die er toch wel bij verwachten.
Nee, LTU raden we in principe niet aan. Wij hebben ze
gekozen omdat zij als enige een directe vlucht van Europa naar Windhoek hebben,
op Air Namibia na. Bovendien kunnen we bij hen met een LTU-card 30kg per
persoon meenemen en daarnaast nog een tent. We waren oorspronkelijk namelijk
van plan om zelf onze hele kampeeruitrusting mee te nemen. We hadden via
Nederland in euro's een 4WD bij Avis gehuurd.
Maar de Zuid-Afrikaanse Rand, en dus ook de daaraan
gekoppelde Namibische Dollar, daalde in juli zo hard dat we alsnog besloten om
rechtstreeks een auto met kampeeruitrusting te huren bij Coastal Car Hire in
Windhoek. De Avis-auto konden we kosteloos annuleren.
Vrijdag 8 september 2006
Nadat we toch nog verrassend goed geslapen hebben moeten
via een trapje het vliegtuig uit. Het vliegveld is heel erg klein. Het
vliegtuig is voor de deur gestopt en we wandelen de terminal in.
Dan moeten we door de douane. Halleluja we zitten weer in
Afrika! Een ontzettend nors mens stempelt en stempelt en stempelt de
paspoorten. Ze doet (we hebben het getimed) gemiddeld 50 seconden over één
passagier. Bij de andere twee beambten gaat het al net zo traag maar die zijn
wel vriendelijker. Dus tel maar uit hoe lang het duurt voordat de inhoud van
zo'n vliegtuig met 350 stoelen eens door de douane heen is.
En daar sta je dan, vermoeid van een vlucht, al die tijd
met je handbagage in een rij. Genoeg reden voor chagrijn. Wij zijn na ongeveer
een uur aan de beurt. We moeten persé invullen waar we de eerste nacht
doorbrengen maar dat weten we niet, dus dat zeggen we eerlijk. Dom! Toch nog
niet goed wakker zeker? Ze beveelt ons om echt iets in te vullen dus dat doe ik
dan maar. Dan vraagt het mens waarom we dit adres invullen als we toch niet
zeker weten of we er verblijven. Grrrr. Haar verder doodzwijgen helpt wel want
we mogen toch eindelijk het land in.
We worden opgehaald door de eigenaar van Coastal Car Hire. We
krijgen een uitleg over de auto. Het gaat allemaal erg gemoedelijk en het komt
allemaal niet zo nauw. De kampeerspullen zijn soms wat versleten maar
waarschijnlijk is alles wat je nieuw koopt op dit soort reizen na een maand
toch al helemaal versleten. We kennen dat nog wel van Australië en dat zal hier
wel hetzelfde zijn. Een reis zoals wij die gaan ondernemen is erg slecht voor
je bagage.
De eigenaar laat ons nog wat foto's zien van zijn recente
trip naar Kwai. Hij is daar helemaal weg van en raadt het ons echt aan maar wij
hebben alle campings in Moremi en Chobe al heel lang geleden moeten boeken dus
aan Kwai komen we niet meer toe. Een volgende keer dan maar. Het zal overal wel
mooi zijn.
Nadat we alle ins en outs van de auto kennen rijden we
naar de Mall waar we vijf jaar geleden ook geweest zijn. We herkennen hem nog.
We kopen alles wat denken nodig te hebben en vooral alles waarvan we denken dat
het op de rest van de reis niet meer verkrijgbaar is. Zoals kant-en-klare
rijst- en pastagerechten. En voldoende gasflesjes voor onze Nederlandse
Campingaz lamp.
We hebben gezien dat in de tent alleen twee dekens liggen.
Geen slaapzakken of lakens dus. We willen daar eigenlijk iets goedkoops voor
kopen maar dat kunnen we niet vinden. We gaan het maar eens zonder proberen.
Vervolgens nemen we voor de lunch nog een broodje in een
broodjeszaak en dan vertrekken we naar de grens met Botswana.
Het is wonderlijk dat je net buiten Windhoek meteen in de
eenzame en prachtige heuvelige woestijn zit. Er is geen mens of bebouwing meer
te zien.
We bevinden ons op de Trans Kalahari Highway. De weg is
uitstekend geasfalteerd en het schiet lekker op. Als snel houden we de heuvels
rond Windhoek achter ons en zitten we in de eindeloze Kalahari. Zover je kunt
kijken golft het gele dorre gras met lage groene stekelige boompjes. Het heeft
wat weg van een eindeloos korenveld met prikstruikjes.
Onderweg zien we een steppearend in de berm. Even verderop
steekt een jakals over en uiteraard zien we ook de onvermijdelijke bavianen.
Aan het eind van de middag komen we aan bij het East Gate Restcamp. Het is een
kampeerplaats bij de grenspost. We konden ons er geen voorstelling van maken
maar als we er aan komen blijkt het een mooie, goed onderhouden camping te
zijn. Wel wat te "Europees" naar onze smaak maar we komen hier ook
alleen als tussenstop.
Er zijn bungalows, kampeerplaatsen met verlichting,
elektriciteit, braai en picknicktafels en nette toiletgebouwen. De bungalowtjes
en picknicktafels zijn turkoois geverfd en het zand is aangeveegd. Een enkele
bungalow is bezet en er is een ander stel met een tent. Het is maar goed dat
het niet druk is want, hoewel de toiletgebouwen erg netjes zijn, kan er niets
op slot. Dus als het druk is dan moet je maar heel hard een lied gaan zitten
zingen op de poepdoos om te voorkomen dat er mensen binnen komen wandelen. Wel
gezellig om dan een duet te zingen met iemand anders die naast je onder de
douche staat.
Zaterdag 9 september 2006
We worden wakker na de eerste nacht boven op onze auto.
Het valt helemaal niet tegen. We zagen wel wat op tegen een tentje van 1,20 mtr
breed, maar we liggen elkaar niet in de weg. Wel zijn we een aantal keer half
wakker geworden van de kou. We waren vergeten hoe koud het 's nachts wordt in
de Kalahari, maar nu weten we het weer. Verschrikkelijk! Hadden we nou toch
maar een laken gekocht want dan hadden we tenminste twee dekens over ons heen
kunnen leggen. Misschien dat er in Maun nog iets te krijgen is.
We moeten duidelijk nog even routine krijgen in het
inpakken van de tent en met onze ijskoude vingers krijgen we het nauwelijks
voor elkaar. Het zal hooguit vijf graden zijn. Tijdens het ontbijt kijken we de
zon bijna de horizon uit in de hoop dat hij ons snel op komt warmen.
De douanepost ligt een paar honderd meter verderop.
Uiteraard weer een Namibische grens en een Botswaanse grens. We kennen het
inmiddels wel. Auto parkeren, kantoortje in, papiertjes invullen, stempels
ontvangen en verder maar weer. Er is waarschijnlijk niemand die ooit naar die
papiertjes zal kijken.
Bij de Botswaanse grens moeten we langs drie loketjes in
drie verschillende kantoortjes. Alweer overal briefjes invullen en stempelen,
stempelen, stempelen. Het laatste loket is voor het betalen van de
wegenbelasting in Botswana. Daar vult een man voor de verandering zelf een
papiertje in. Er staat hier wel een computer maar niemand die het ding
gebruikt.
Ook moet we ons bij elke douanepost registreren alsof we
in een toeristenbureau zijn. Er staan een paar Zuid-Afrikanen met de
douanebeambte te discussiëren over de betekenis van een bepaalde kolom. Het
duurt ons te lang dus we sluipen weg om niet te hoeven registreren. Er kraait
geen haan naar.
Dan kunnen we eindelijk door de echte douane: de man aan
de slagboom. We hebben de kaas stiekem in een tas gestopt (je mag dat niet
invoeren) maar niemand is geïnteresseerd in onze koelkast dus na een paar
kilometer stoppen we de kaas daar weer in.
Het landschap verandert voorlopig niet. Een enkele keer passeren
we een dorpje dat uit een paar vierkante huisjes bestaat. De huisjes zijn iets
groter dan een wc, wel met een deur maar zonder ramen. Verder zijn ze omringd
door de nodige veekralen. Maar ze hebben wel allemaal hun eigen GSM-mast! Dus
in deze verlaten uithoek van de wereld is met grote regelmaat bereik. We kunnen
ons niet voorstellen dat het alleen voor die enkele automobilist is dus we
stellen ons voor dat men hier tussen de loslopende kippen met moeder belt die
ondertussen het graan tot meel stampt in een vijzel. We passeren nogal wat
mensen die op ezeltjes rijden. Zouden die wel handsfree mogen bellen?
We zien weer best veel dieren. Struisvogels, een steenbok,
weer een arend en natuurlijk wrattenzwijntjes en springbokken.
Ook zien we langs de kant van de weg een bruine hyena
liggen. Die staat al heel lang hoog op ons verlanglijstje maar we zagen er nog
nooit een. Helaas is dit een dood exemplaar, maar zelfs daarvoor stappen we
toch uit. We naderen hem zover als onze neus en maag dat toestaat, want gatver
wat stinkt dat ding naar de dood. Hij ligt eigenlijk te ver van de weg om
aangereden te zijn maar we kunnen niet zien waar hij dan wel aan overleden is.
Hij is nog vrij goed in takt en zal nog maar kort dood zijn, hoewel zijn snuit
tot op het bot vergaan is.
We blijven nog even luguber bezig. Een stuk verderop ligt
een dode koe in de berm. Hier zitten een stuk of 15 gieren op. Ze zijn flink
bezig om de koe leeg te eten. Zeer bloederig tafereel maar ook wel fascinerend
om die gieren te observeren. We hebben er lekker veel bloederige foto's van
gemaakt. Maar wel op en top natuurfoto's.
Op weg naar Maun passeren we Ghanzi. Het is de enige
plaats tussen de grens en Maun en we dachten dat het een stadje was. Er zou ook
een bank moeten zijn. Maar het is echt helemaal niks. Het is gewoon een wat
groter huttendorp waar zowaar een weg haaks loopt zodat er een kruising is
ontstaan. Misschien dat er toch wel iets te krijgen is als je bij de kruising
afslaat maar zo op het eerste oog mag het echt geen stip op de kaart zijn.
Ongeveer 150 km voor Maun gaat de Kalahariwoestijn
langzaam maar zeker over in savanne. De boompjes worden hoger en ze groeien
dichter naast elkaar. Verderop verschijnen regelmatig flinke baobab-bomen.
Ook wordt het wat dichter bevolkt, maar alles in
perspectief natuurlijk. Het blijft overal heel leeg. Maar we zien toch wat meer
nederzettingen dan in de Kalahari. Hier en daar zien we ook een schotelantenne
aan de gevel van een hutje. En zoals vaker vragen we ons af wat armoede is. Is
leven in een hutje per definitie armoede? Of is het gewoon een praktische
bouwstijl?
Onderweg stopt een bus waar vier jonge mensen uit stappen.
Ze zien er zeer goed verzorgd uit en zijn modern en modieus gekleed. Zo op het
oog komen ze net van hun werk in Maun. Ze zijn duidelijke op weg naar huis, dat
wil zeggen, naar één van die hutjes met veekraal in de rimboe.
Ook valt op dat Botswana zo schoon is. Nergens slingert
rommel rond. Dit in tegenstelling tot Zuid-Afrika waar je met name rond de
zwarte dorpjes halve vuilnisbelten aantreft.
Ook Maun voldoet niet geheel aan wat we ervan verwacht
hadden. Hoewel het qua oppervlak wel een grote stad is, is de uitstraling heel
anders. De ronde lemen hutjes op stoffige aarde staan tot in het centrum, wat
bij ons weer de vraag oproept of hutjes niet gewoon tot een hier gebruikelijke
bouwstijl behoren.
Maun is dé poort naar de Okavango delta en de
wildreservaten Moremi
en Chobe. We
verwachten dus een heleboel bedrijvigheid en 4WD auto's die volgeladen worden
bij de supermarkten en benzinestations. Maar we zien nauwelijks andere
toeristen. Uiteraard wel een paar onvermijdelijke Nederlanders uit een overlandertruck.
Maar blanken zijn in Botswana sowieso een zeldzaamheid.
Buiten de echte toeristische gebieden kom je nauwelijks een blanke tegen. Het
land heeft in zijn geschiedenis ook nauwelijks blanke overheersing gekend.
Zeker niet in vergelijkingen met de meeste buurlanden.
De lemen hutjes staan tot aan de parkeerplaatsen van een
modern winkelcentrum met grote supermarkt en winkels. En de straat daarnaast is
bezaaid met krakkemikkige marktkraampjes vol fruit en groente. Een merkwaardige
mix dus van traditioneel en modern, maar met die typische atmosfeer van een
echt Afrikaanse stad.
Omdat we graag de auto opnieuw willen indelen en alle
bagage logisch inpakken hebben we voordat we de rimboe intrekken een kamer
genomen in de Maun lodge. Het is een
goed hotel aan de rivier en omdat het weekend is krijgen we onverwacht nog
flinke korting ook.
We bezitten nog steeds geen Pula's en kunnen dus niet eens
een fooi geven aan de drager van onze koffers.
We waren helemaal voorbereid, Maun heeft drie banken met
pinautomaat dus op tijd bij een bank zijn (die op zaterdag rond de middag
dichtgaan) was niet nodig. Maar geen enkele pinautomaat herkent onze giropassen. De Nederlanders uit
de Djosergroep hadden ook al geen succes met hun Rabopassen. En dit jaar hadden
we voor het eerst de pincodes van onze VISA kaarten niet meegenomen want die
hadden we tot op heden nog nooit nodig.
We proberen het dan maar bij de receptie van ons hotel. Je
kunt daar tenslotte ook geld wisselen. Maar we hebben maar 40 euro bij en dat
is veel te weinig voor de entreegelden in Moremi en
Chobe.
Namibische Dollars wil echt helemaal niemand hebben. Buiten Namibië blijkt dat
geld volledig waardeloos te zijn. Je kunt het niet eens omwisselen.
Dus we vragen of we bij hen contant geld van onze
VISA-card op kunnen nemen tegen een voor hen voordelige koers en we zijn ook
nog bereid kosten te betalen. We moeten namelijk vandaag nog contant geld
hebben want anders kunnen we onze hele reisplanning met reserveringen in
Botswana wel vergeten. We kunnen dan pas overmorgen bij een bank terecht en
tegen die tijd heeft het helemaal geen zin meer om nog naar Moremi en Savuti te gaan.
Maar bij de receptie weigeren ze ons te helpen want wat
wij voorstellen is tegen de regels. Dus vragen we de manager erbij. Die is erg
vriendelijk en zou ons wel willen helpen maar dan moet hij weer aan zijn
manager vragen of hij de regels mag overtreden. Hij adviseert ons om het in de
tussentijd te proberen bij de benzinepomp naast het hotel. Zij helpen vaker
gasten van de Maun Lodge door hen meer geld op te laten nemen dan waarvoor
getankt is.
We overleggen met de manager van de benzinepomp en we
mogen inderdaad 2500 Pula extra opnemen. We tanken voor ongeveer 400 Pula en
gaan dan naar de kassa. Maar ook hier werkt de creditcard niet. Zowel de
medewerkers als wij hebben geen andere keuze dan het te blijven proberen. Wij
hebben geld nodig en zij willen geld voor de getankte benzine. Tussendoor
moeten Botswanen zelf met allerlei kaarten afrekenen en dat lukt allemaal wel.
We beginnen nu toch wel enigszins wanhopig te worden. Er komen steeds meer
medewerkers bij staan. Na een heel uur proberen (!) komt de caissière erachter
dat ze de creditcard door het verkeerde gleufje heeft getrokken. Bij een ander
gleufje werkt de creditcard meteen.
Maar dan vraagt ze nog om onze pincode. We weten dat die
niet nodig is, en normaal zeggen we dat ook altijd, maar we durven nu geen
enkel risico meer te nemen. Dus we dreunen onze pincode op zodat alle
aanwezigen die nu ook kennen. Wat in Nederland not done is, is hier overigens
heel normaal, namelijk je pincode afgeven aan derden.
En eindelijk, eindelijk, hebben we dan onze broodnodige
Pula's. De dag is inmiddels voorbij. Het heeft ons een hele middag gekost om
aan geld te komen. Tjonge jonge, wat kun je toch blij zijn met een dikke
portemonnee.
We gaan eten in het restaurant in ons hotel. Het is een
knus restaurant en het eten is erg lekker. De rugzak met alle spullen, geld
etc. nemen we uiteraard mee want we kunnen niet het risico nemen dat die gejat
wordt. Maar na alle consternatie laten we die prompt in het restaurant achter.
Dus even later gaat de telefoon in onze kamer. We kunnen ons niet voorstellen
dat iemand ons hier opbelt, maar het is toch echt onze telefoon. Het is de
serveerster uit het restaurant om te zeggen dat ze onze rugzak komt brengen,
die we tot op dat moment nog niet gemist hadden.
Tjemig, wat een dag! En wat een goede service!
Vervolg: Moremi
Bijbehorende foto's