Montezuma
Van Rincón de la Vieja naar Montezuma, 27 september
Na het ontbijt verlaten we de Hacienda Guachipelín op weg naar Montezuma.
Het is een heel eind rijden maar we hebben de route besproken met de receptionist van de hacienda. Hij
is gek op Montezuma en rijdt de route vaak. De rijtijd is volgens hem maar vier uur want het gaat bijna
helemaal over de Pan-American Highway. Bovendien is er een brug aangelegd, die zo nieuw is dat hij nog
niet op de kaart staat. Even spookt door ons hoofd dat we nooit hebben gelezen dat er überhaupt een brug
wordt aangelegd. Maar deze jongen is zo overtuigd dat we hem geloven.
Deze brug geeft ons de tijd om eerst het Palo Verde Nationaal Park bezoeken, dat aan onze route ligt.
Palo Verde is op dit moment een schitterend overstroomd gebied, alhoewel we de meeste overstromingen vanaf
de weg niet zo heel erg goed kunnen zien. Op sommige stukken is echter zelfs de (zand)weg overstroomd. Er
groeien waterlelies in de weg waartussen luidruchtige kikkers hun weg vinden. De 4WD komt nu dus goed van pas.
We hebben sterk de indruk dat we de eerste bezoekers zijn sinds lange tijd. Er zit niet eens iemand bij de
slagboom om entreegelden te heffen. Bij een gebouwtje van de universiteit zien we menselijk leven en we lopen
naar binnen. We moeten nog even langs een enorme leguaan die geen centimeter voor ons aan de kant gaat.
Dit bureautje blijkt inderdaad de enige plek waar zich op dit moment iemand bevindt, en dus ook de
enige plek waar we een boottochtje kunnen boeken. We willen namelijk nog steeds grote zwermen vogels
zien en we denken daarvoor hier te moeten zijn. De man begint te telefoneren. Het is ons niet duidelijk
naar wie, maar over een uur zal er een boot bij de rivier liggen. Tot die tijd kunnen we wel even de apen
gaan bekijken in de mangobomen.
Er is geen aap te bekennen maar wel een heleboel leguanen en herten, waaronder een mannetje met gewei
en een jonkie met spikkels op zijn rug.
Aangekomen bij de rivier is er geen boot te bekennen. Bij een poging de rivier wat verder te overzien
loop ik naar de oever, waarbij ik waarschijnlijk een krokodil verstoor, die gelukkig het hazenpad kiest.
Ik zie niets, maar de plons is zo groot dat het wel een krokodil geweest moet zijn. Bovendien zien
we aan de overkant ook een grote krokodil liggen, dus dat belooft wat. We wachten een tijdje onder
een afdak waar enorme leguanen overheen lopen.
Gelukkig voorkomt het arriveren van de boot dat we compleet worden leeggezogen door de muggen. We
blijken een enorme boot met schipper voor onszelf te hebben. Dat maakt de prijs naar verhouding
wel prijzig, maar we hebben dan ook een privé gids. Helaas spreekt de man geen woord Engels maar dat
compenseert hij door met levendige geluiden alle dieren na te doen. De boottocht gaat op deze manier
steeds meer op een enthousiast verteld verhaal lijken.
Onverwacht zien we toch nog veel vogelsoorten
die we nog niet gezien hebben, waaronder de zeer aparte schuitbekreiger. Ook zien we grote groepen
ooievaars en roze lepelaars. Ondanks dat dit nog niet een tiende is van de vogels die hier in december
zijn, vinden wij de kakofonie aan geluiden en het voortdurend fladderen van vleugels al heel indrukwekkend.
De woorden “mama” en “baby” zijn bijna universeel en gemotiveerd door ons begrip van hun betekenis,
laat onze gids ons veel vogelnesten zien: “Mama, baby, oeh, mama, baby.”
Daarnaast heeft hij identificatiekaarten meegebracht met alle dieren daarop, en loopt hij steeds heen
en weer tussen zijn stuur en onze stoelen, om de verschillende dieren aan te wijzen. Hij doet echt
zijn uiterste best om het taalprobleem te overbruggen.
Op de terugweg vaart hij nog even langs een
plek waar een grote meerval op de oever naar adem ligt te happen. We krijgen sterk de indruk dat hij
deze val zelf heeft gezet, en hiermee zijn bijdrage aan het avondeten levert. Hij neemt de vis in ieder
geval mee.
We rijden op ons gemak naar Puntarenas en komen daar om 17.00 uur aan. We beginnen wat benauwd te
worden als we nergens een brug in zicht krijgen, en als bovendien steeds duidelijker wordt dat er
enorme stukken zee overbrugd zouden moeten worden. Volgens ons kan hier niet eens een brug gebouwd
worden, al zou men het willen. Later blijkt dat er een heel stuk noordelijker onlangs een brug is
geopend, maar via die brug is de weg naar Montezuma in de regentijd onbegaanbaar.
Daar staan we dan, in een industriestad die nou niet bepaald de veiligste van Costa Rica is. De
politie is je beste vriend, dus we vragen een politieman op een brommer maar eens om hulp. Die
loopt met Hans wel vijf keer de straat op en neer om te kijken hoe laat de boot vertrekt, en waar
er tickets te krijgen zijn. De volgende boot gaat pas om 20.15 uur en simpel rekenwerk leert ons
wat we al vreesden. Op zijn vroegst zullen we pas om 23.00 uur in Montezuma arriveren. En na 21.00
uur hoef je hier echt niet meer bij een hotel aan te komen, omdat iedereen vroeg naar bed gaat.
Daarnaast zijn in veel hotels helemaal geen gasten, dus waarom zou men dan een receptionist laten zitten?
Een aantal telefoontjes bevestigt ons vermoeden. We krijgen alleen antwoordapparaten aan de lijn.
Maar bij hotel El Sano Banano krijgen we de Nederlandse eigenaresse
aan de lijn, die ons uit de
brand helpt. Ze hebben een strandhotel en een stadshotel. Het strandhotel is ’s avonds niet
meer bereikbaar, maar hun stadshotel wordt bewaakt door een beveiligingsbeambte, en ze regelt
dat die ons een kamer zal geven. Ze drukt ons nog op het hart om onze auto bij de boot hier in
Puntarenas, niet onbewaakt achter te laten.
Nu we de overnachting hebben geregeld wordt het tijd voor een maaltijd. We kunnen de auto niet
verlaten, dus een van ons zal iets moeten gaan halen. We klampen iemand aan die Engels spreekt en
vragen of er misschien een Burger King of zoiets is. Het verbaast ons niets als daarop ontkennend
wordt gereageerd, maar hij verwijst Hans naar een soort buurtsnackbar.
Het is waarschijnlijk de
eerste keer dat er iemand om afhaal friet en hamburgers vraagt, en dan ook nog een Nederlander.
Zij snappen onze vraag niet en Hans snapt hen niet. Alle gasten bemoeien zich ermee, tot uiteindelijk
duidelijk wordt wat de bedoeling is. Het ziet er allemaal ontzettend onhygiënisch uit en je zou
er normaal gesproken nooit gaan eten, maar wanneer Hans duidelijk heeft gemaakt dat hij friet en
hamburgers wil wordt een pak frietvet opengemaakt, in een wok gesmolten en netjes klaargemaakt.
In aluminiumfolie krijgt hij alles mee en dan kunnen we toch nog met een volle maag op weg naar Montezuma.
Na de auto aan boord gereden te hebben, begeven we ons naar het dek, dat behangen is met gekleurde
lichtjes. Het lijkt wel een drijvende, ietwat louche discotheek. Maar hij brengt ons zonder problemen
naar de overkant en in het donker rijden we verder. Gelukkig is het hier wel goed bewegwijzerd en na
wat honden, paarden en mensen ontweken te hebben, die het asfalt als slaapplaats gebruiken, komen
we bij het hotel aan. De kamer is basaal maar comfortabel en we zijn heel erg aan ons bed toe.
Cabo Blanco en Montezuma, 28 september
Het ontbijt zit bij
de prijs inbegrepen en is heerlijk en gezond, want het restaurant
van El Sano Banano werkt op macrobiotische en eco basis. Ze
verkopen geen frisdrank want die fabrikanten voegen allemaal
chemicaliën toe en veroorzaken veel rommel. Vlees hebben ze ook
niet. Het brood en de drankjes maken ze allemaal zelf. Het
ontbijt is verrassend: vers passievruchtensap en huevos rancheros:
tortillas met daaroverheen bonenpasta, daarop spiegeleieren
en dat alles weer bedekt met een zeer pittige tomatensaus.
Goedemorgen!!!
Onze bagage zal naar het standhotel gebracht
worden. Dit kan even duren want de jeep is stuk en men wacht op
vervanging. Bovendien is men bij het rijden over het strand naar
het hotel, afhankelijk van eb en vloed. Na het ontbijt gaan we
naar het
Cabo Blanco Nationaal Park. Nog voor we daar aankomen
kruist een gordeldier onze weg.
Cabo Blanco is begroeid met tropisch droog
woud. Zoals wij er tegen aan kijken is de begroeiing tropisch,
maar bij lange na niet zo dicht als een regenwoud. Ook ontbreken
de enorm grote bladeren. Vol goede moed beginnen we aan de
wandeling, naar wat het mooiste strand van Costa Rica zou moeten
zijn. Maar de extreme luchtvochtigheid speelt ons ernstig parten.
Na tien minuten is onze kleding compleet doorweekt van het zweet.
We staan voortdurend te puffen. De videocamera werkt niet meer.
In het display staat, vrij vertaald: Ik zweet me rot, ik kap ermee.
We ploeteren nog eens twintig minuten
door, en komen dan een bordje tegen dat aangeeft dat we "al" 500 meter gelopen
hebben. We krijgen visioenen van het zwembad en geven de moed op.
Dit is echt niet te doen.
Terug in Montezuma blijkt dat onze
bagage nog steeds niet naar het strandhotel van
El Sano Banano is gebracht. We
pakken er daarom maar het hoognodige uit en gaan op weg. Dan
blijkt ook wat het probleem is bij gebrek aan een goede auto. Het
hotel ligt een kleine kilometer van het dorp, aan het strand. Je
moet dus langs de vloedlijn lopen (of rijden als het eb is).
Dat
maakt de entourage van het hotel erg paradijselijk, nog afgezien
van de prachtige aankleding van de tuin en de kamers. Alles is
ontworpen door de man van Patricia, de Nederlandse eigenaresse.
Het is geweldig! En hun eigen huis, dat ook op het terrein staat,
is het mooiste en merkwaardigste huis dat we ooit hebben gezien.
Het heeft bijvoorbeeld geen muren en allerlei aparte details die
niet in het kort te omschrijven zijn. Je moet het gewoon zien.
Het
zwembad is ook al zeer speciaal vormgegeven en wij plonzen er
enthousiast in. Zover we kunnen zien is er één ander stel
gasten en die zijn niet aanwezig, dus we hebben het rijk alleen.
s Avonds moeten we weer op en neer naar het dorp om wat te
eten. Het nadeel van dit hotel is dat je voor alle versnaperingen
(én de parkeerplaats van de auto) aangewezen bent op het dorp.
We lopen elke keer een kilometer heen en een kilometer terug over
het strand. De mensen die hier wonen schijnen daar geen problemen
mee te hebben, maar wij ploeteren ons steeds een nat T-shirt door
dat losse zand.
Vervolg: Monteverde
Bijbehorende foto's