Rincón de la Vieja
Van de Arenal naar Rincón de la Vieja, 25 september
Ons laatste ontbijtje in La Fortuna eten
we uiteraard op de veranda, en we zien zowaar een toekan langs vliegen. Helaas blijkt
die niet erg honkvast, dus kunnen we er niet lang van genieten.
We besluiten eerst naar het Nationale Park Arenal te gaan en de bagage zolang in de
cabina te laten liggen. Er wordt namelijk gewaarschuwd voor diefstal uit auto’s.
Om 07.30 uur staan we voor de poort maar het park blijkt pas om 08.00 uur open te gaan.
We dralen wat rond, waarbij we zowaar een neusbeertje zien oversteken.
Om klokslag 08.00 uur staan we weer bij de ingang van het park. De “ranger” is overduidelijk
net uit bed en heeft nog geen zin om één woord meer uit te spreken, dan strikt noodzakelijk is.
We lopen een route naar recente lava. We weten eigenlijk niet goed wat we ons daarbij voor
moeten stellen. Eerst lopen we over een gedeelte dat in 1968 helemaal weggevaagd is, en waar
nu weer nieuwe vegetatie begint te groeien, vooral veel riet. Het is erg vreemd. We lopen
door een soort bos van drie meter hoog riet.
Opeens ontwaren we beweging in de bosjes. We zien een paar staarten, dus denken we dat het
weer apen zijn. Door de verrekijker blijken het echter een paar neusbeertjes te zijn, die
bessen eten. We kunnen ze tot twintig meter naderen. Plots verdwijnen ze, om even onverwacht
op te duiken in het gras. Het blijkt een hele familie van zo’n twintig beertjes te zijn, in
alle leeftijden. Ze trekken zich niets van ons aan en steken, tien meter voor ons uit, de weg
over. Precies op de plek waar de tas met reserverolletjes ligt, juist op het moment dat in
beide camera’s de rolletjes op zijn!!
Na onze ontmoeting met de neusbeertjes komen we al snel uit bij de recente lava. Het blijkt
een maanlandschapachtige “rivier” van grote brokken gestolde lava te zijn. We zijn nu zo dicht
bij de vulkaan, letterlijk aan de voet ervan, dat het gerommel wel heel erg goed hoorbaar is.
Het geluid blijkt afkomstig te zijn van enorme brokken lava die langs de flanken omlaag denderen.
De brokken schijnen zo groot als een huis te zijn. Ook weten we dat de plek waar we nu zijn in
de zogenaamde risicozone ligt. Bij een onverwachte lavalawine kun je rennen wat je wilt, maar
de lava zal je inhalen. Ook al is die kans extreem klein, het bezorgt ons toch een onbehagelijk
gevoel. Het zijn tenslotte juist die lavalawines die toch nog wel eens een paar slachtoffers eisen.
Na aankomst bij de cabina staat er een jongen op de veranda. Hij wilde gaan schoonmaken maar
trof daarbij onze bagage aan. Daarom heeft hij maar buiten staan wachten.
We bieden onze excuses aan, maar de jongen vindt het geen probleem. We laden de boel snel in
en vertrekken naar Rincón de la Vieja.
We rijden helemaal om het Arenal-meer heen en raken ook
nog eens de weg kwijt. Maar zelfs zonder dat oponthoud valt de rijtijd ontzettend tegen. We
arriveren net op tijd om het daglicht te zien doven boven de hacienda.
Omdat het zo ver rijden is en er ter plekke geen alternatief is, hebben we voor alle zekerheid
gisteren gereserveerd voor Hacienda Guachipelín, via een centraal nummer in San José. Dat blijkt
vergeefse moeite te zijn geweest. Niet alleen was de informatie over de rijtijd volledig
onbetrouwbaar. Ook is onze reservering nooit aangekomen. Gelukkig is het hier ook bijna
uitgestorven, zodat er ervoor ons nog een plekje is.
Het complex bestaat uit motelachtige rijen kamers en van één blok is nog net een kamer vrij.
We vertellen aan de medewerker die ons incheckt dat we zo’n hekel hebben aan grote groepen
Nederlanders. Hij knikt begrijpend en meelevend, en zet ons midden tussen een grote groep
van Bex/SRC reizen. We zitten 10.000 km van huis en horen alleen Nederlands om ons heen. Gatver!
Tot overmaat van ramp heeft de reisleidster ook nog een “typisch Zuid-Amerikaans” bandje
ingehuurd waarbij de groep zich uitleeft met de foxtrot. Laten we maar zeggen dat het niet
ons pakkie aan is.
Bovendien is het hier vrij duur, zeker gezien het gebodene, maar er is hier nauwelijks keus in accommodatie.
De kamers zijn erg ruim dat wel, maar er is bijvoorbeeld maar één stopcontact voor de ventilator
en de bedlamp en dan moeten we ook nog batterijen opladen.
En er zitten erg veel insecten in onze slaapkamer,
in vormen en formaten waar we zelfs nog nooit van gedroomd hebben, en eerlijk gezegd
alleen maar nachtmerries van krijgen. Dat wordt mooi onder de klamboe slapen vannacht.
De bidsprinkhaan op de muur is daarentegen wel een voorbeeld van de schoonheid van de
insectenwereld. Zeker als je hem (of haar) van dichtbij bekijkt.
Verblijf in Rincón de la Vieja, 26 september
Het ontbijt was deze
keer van veel mindere kwaliteit dan wat we tot nu toe in Costa
Rica gewend zijn. Geen vruchtensappen, waar we inmiddels
eigenlijk niet meer buiten kunnen.
Na het ontbijt rijden we naar
het Nationaal Park Rincón de la Vieja.
Het is hier druk:
twee andere autos, en dat al zo vroeg in de ochtend. Daarom
besluiten we om de rondwandeling tegen de route in te lopen. We
hebben er geen zin in dat anderen steeds de dieren wegjagen, net
voordat wij arriveren.
Voorlopig is dat echter niet het geval,
want de neusbeertjes zijn hier zo nieuwsgierig dat ze niet eens
weggejaagd wíllen worden. Zoals we inmiddels gewend zijn, moet
men zich hier tevreden stellen met geluiden en schimmen van
dieren, en niet verwachten om het wild in grote aantallen te zien.
Daarom zijn we best tevreden met de oogst van vandaag. We komen
veel grote blauwe morpho vlinders tegen en ook veel andere vlinders.
Verschillende agouties kruisen ons pad, waaronder een moeder met
twee jonkies.
We zien nog wat boskalkoenen (hokkos)
wegschieten en blijven een tijdje de capriolen van een slingeraap
volgen. Uiteraard wemelt het hier ook van de parasolmieren. Op
de, nu verlaten, kampeerplaats is een ongelofelijk stroom van
deze harde werkers te zien. Ik denk dat we zonder overdrijven
kunnen zeggen dat er zeker honderdduizenden op en neer lopen. Zover we
hun pad kunnen volgen is dat tien centimeter breed en honderd
meter lang, maar we zien begin noch eind van deze onafgebroken
stroom van wandelende blaadjes. Even verderop dragen ze, in plaats
van blaadjes, allemaal een klein bloemetje met zich mee.
De paden
zijn glibberig en vaak geblokkeerd door flinke boomwortels. Af en
toe glijden we uit. Ook moeten er riviertjes overgestoken worden.
Zonder brug uiteraard. Aan de broekspijpen van andere wandelaars
kunnen we zien dat zij het er net zo moeilijk mee hebben als wij.
Verder is dit gebied bekend vanwege zijn warmwater bronnen. De
combinatie van kokende blubber en regenwoud is heel apart. Her en
der komt stoom boven de begroeiing uit. Blijkbaar
kun je in een aantal bronnen ook baden, want onverwacht zien we
een luidruchtig groepje Amerikanen verschijnen, die hier
overduidelijk niet voor de rust en natuur komen. De beide dames
en heren zijn in louter badkleding gestoken en lopen op
slippertjes. Ze dragen een handdoek en verder nog niet eens een
fles water. Het is ons een raadsel hoe ze over deze paden kunnen
lopen zonder uit te glijden. Ze hoeven in ieder geval niet bang
te zijn dat hun kleding vies wordt.
Na de middag brengen we een
bezoekje aan Liberia. Het is een van de grotere steden van het
land, maar het stelt helemaal niets voor. Op het dorpsplein is een
schoolklas van meisjes aan het voetballen. Een brutaaltje spreekt
ons aan waarna ook de anderen hun goede Engels willen
demonstreren. Het hele klasje verzamelt zich om ons heen en van
de gymles komt niets meer terecht. Ze stellen ons honderd-en-één
vragen, waarna de leraar trots komt vertellen dat dit dameselftal
kampioen van Liberia is, waarbij het opvalt dat het Engels van de
meisjes een stuk beter is dan dat van hun leraar.
We sluiten ons
bezoekje aan Liberia af met een etentje bij de Italiaan. We vinden
het eten in de hacienda niet zo lekker en deze Italiaan blijkt
daarentegen juist bijzonder smakelijk te zijn. Wanneer de
rekening komt denken we dat er niets van klopt. Hij lijkt veel te
goedkoop maar toch staan alle gerechten op de kassabon. Zoals
gebruikelijk moeten we de rekening na betaling weer inleveren
voor de administratie, maar op de terugweg laat het ons niet los.
Waarschijnlijk werkte de computer in de kassa niet, wat natuurlijk
erg vreemd is, aangezien je een kassa aanschaft omdat die
makkelijker en betrouwbaar zou moeten zijn dan handwerk.
In het
donker schieten veel nachtzwaluwen voor onze auto uit de lucht in.
Ze blijven tot het laatste moment zitten, om vervolgens in het
licht van de koplampen op te fladderen. Je schrikt je steeds het
rambam.
Aangekomen bij de Hacienda Guachipelín blijkt de grote groep
Nederlanders verdwenen te zijn en is alleen een Duits echtpaar achtergebleven.
Men heeft daarom speciaal voor ons de
keuken open gehouden, wat we erg vervelend vinden. Als we dat
geweten hadden, dan waren we hier toch wel komen eten. Aan de
andere kant schijnt het personeel blij te zijn dat ze zo vroeg
kunnen sluiten. Samen met de inmiddels gearriveerde cowboys, die
hier op de ranch wonen, kunnen ze nu lekker lang, luidruchtig voor
de t.v. gaan zitten.
Vervolg: Montezuma
Bijbehorende foto's